Open di t/m za 9:30 - 17:00 | zo 12:00 - 17:00

Lezing ‘Midwinter: feesttijd van het licht’

Op zondag 28 oktober om 15:00 geeft Henk Nijkeuter in het Stedelijk Museum Coevorden een lezing over ‘Midwintertijd: feesttijd van het licht’. Nijkeuter is Hoofd Collecties en Publiek alsook Rijksarchivaris van het Drents Archief in Assen. Tijdens de lezing komen diverse tradities en gewoontes uit de midwintertijd aan bod en natuurlijk ook de ijzerkoeken van Coevorden. Deelname is gratis. Opgave uiterlijk voor 25 oktober via info@museumcoevorden.nl o.v.v. ‘Lezing Henk Nijkeuter’.

“Hum koe, ik steffen dei, koe/want het is Steffen mörgen” zeiden kinderen tegen de koeien tijdens het ‘Steffenen’. Het was een van de vele gewoonten tijdens de midwintertijd, de periode tussen 21 december en 6 januari. Een feesttijd, omdat de dagen weer langer werden en de nachten korter. Een tijd met geheel eigen tradities, sommige al eeuwenoud en andere helaas verdwenen.

De periode die wij kennen als midwinter heeft veel benamingen gehad, bijvoorbeeld solstitium, oftewel zonnewende. Of middle winter en midewinter, benamingen die zijn gevonden in documenten uit de negende eeuw. Daarnaast werd de term Joel ook veel gebruikt. Tijdens de midwinter werd het begin van de winter gevierd. De laatste gewassen waren geoogst, er was voldoende geslacht om de winter door te komen en de geesten van overledenen werden geacht terug te keren naar hun voormalige woonplaats. Het was een belangrijk moment in het jaar.

Takken, Sunt Steffen en het joelblok
De midwintertijd kent van oudsher veel gebruiken, voornamelijk rond kerstmis en oud en nieuw. Denk bijvoorbeeld aan de kerstboom. Tot in de zeventiende eeuw was het in Europa gebruikelijk het dorpsplein op te luisteren met een boom, versierd met vruchten. De boom zoals wij hem kennen, heeft zijn oorsprong in de vorige eeuw. Het gebruik van bomen en takken kent echter al een langere geschiedenis. De Romeinen gaven elkaar tijdens de kortste dag van het jaar takken, versierd met vruchten.

Tweede kerstdag is de gedenkdag van Sint Stephanus. In Drenthe ook wel Sunt Steffen genoemd. Sunt Steffen wordt gezien als de eerste martelaar van het christendom, beschermheilige van arme mensen, paarden en ruiters. In Drenthe gingen kinderen van arme ouders, koeien ‘steffenen’. Dat wil zeggen dat een kind een pluk hooi voor een koe meebracht, haar deze voorhield en een rijmpje opzei: “Hum koe, ik steffen dei, koe/want het is Steffen mörgen”. De kinderen, ook wel steffenlopers genoemd, kregen als dank een heerlijke boterham.

Tijdens midwinter had men ook de gewoonte een joelblok te verbranden. Het joelblok bestond vaak uit een stuk eikenhout, besprenkeld met wijwater, wijn of olie, dat in de open haard werd verbrand. Men geloofde dat door het vuur een kracht loskwam, die bijvoorbeeld vruchtbaarheid doorgaf. De as die achterbleef werd verspreid over de akkers voordat de gewassen werden ingezaaid.

Oud en Nieuw
Jaorskoeken, bakt u ze tegenwoordig nog? Vroeger werd alles in huis gehaald om de gasten, die nieuwjaar kwamen winnen, te voorzien van wat lekkers. Vaak werden op oudejaarsdag hele ladingen jaorskoeken (nieuwjaarskoeken) gebakken. De vrouw des huizes zorgde voor het beslag en de man stond boven het open haardvuur het deeg plat te knijpen in het nieuwjaarskoekenijzer. Op oudejaarsdag werden de koeken plat gegeten, want het jaar was ten slotte ten einde. Het was afgerold. De overige ‘jaorskoeken’ werden opgerold tot ‘rollegies’ voor nieuwjaarsdag. Vaak werd van het laatste beslag zogenoemde spekdikken gebakken. Het beslag hiervoor was iets dikker en in zo’n koek kwamen twee plakjes worst en een plakje spek.

Het nieuwjaarwinnen was vaste prik op nieuwjaarsdag. Iedereen ging eropuit om een ander het ‘nieuwjaar af te winnen’ door de nieuwjaarswens ‘Geluk in ’t neijaor’ als eerste uit te spreken. De boerenjongens en knechten gingen als eerste bij bekenden langs, waar de jenever en de jaorskoeken klaarstonden. Tegen een uur of negen gingen de schoolkinderen op pad. Zij genoten van een drankje van stroop, honing of suikerwater met een klein scheutje jenever en uiteraard de joarskoeken. Na de middag waren de mannen aan de beurt. En de vrouwen? Die hadden pas de dag erna tijd om neijaor te winnen.

Dankzij financiële bijdragen van Gemeente Coevorden, Provincie Drenthe, Compenta en het Prins Bernhard Cultuur Fonds wordt deze lezing mede mogelijk gemaakt.

Afbeelding: Pieter Breugel, De strijd tussen carnaval en vasten (detail), 1559, reproductie.