Op 14 augustus 1978 installeerde burgemeester Hoekzema in de bestuurskamer van het kasteel de “Werkgroep Oudheidskamer”, bestaande uit enkele historisch geïnteresseerden. Professor dr H. J. Prakke, als adviseur aanwezig, bedacht de naam “Drenthe’s Veste” en er volgde een jaar van intensief vergaderen en “oudheden” verzamelen. Er werden onder aanvoering van de burgemeester succesvolle bezoeken gebracht aan oude boerengeslachten in de buurtschappen. Hans Roest en Huib Minderhoud plunderden met toestemming van Hoekzema en tot ontsteltenis van de gemeentesecretaris en de gemeentebode het stadhuis en het kasteel. Samen met de medewerkers van het Drents Museum Jaap Beuker en Ger de Leeuw richtten Roest en Minderhoud afbeelding voor afbeelding en spijker voor spijker het museum in. Op zaterdag 29 september 1979 werd het door gedeputeerde J. Prenger officieel geopend.

Hierna verhuist het museum van het kasteel naar het Arsenaal aan de haven. In de loop der jaren heeft dit gebouw verschillende benamingen gehad: begin 17de eeuw heette het Ammunitiehuys, daarna sprak men van het Magazijn van de Generaliteit, of alleen maar van Magazijn; ook werd het wel eens het Tuighuis genoemd. Naast wapenopslag heeft het Arsenaal ook gefungeerd als opslag voor diverse gebruikers die er onder anderen lijnzaadkoeken, lijnolie en graan opsloegen. Na een uitgebreide verbouwing in 2012/2013 opent het vernieuwde museum in juni 2013 weer haar deuren voor het publiek.

 

All Rights Reserved